![]() |
De bewoners van die huisjes waren strandjutters. Op de foto staan de bewoners van die polder in 1909. Het tweede stel van links zijn mijn overgrootouders, het meisje voor hun met de grote witte strik in het haar is mijn oma die in 1905 geboren is. Mijn moeder zag in 1936 in 'Dillage' het levenslicht.
Tweemaal per dag na hoogwater werd de vloedlijn afgespeurd. Soms spoelde er eten aan, zoals tijdens de 2e wereldoorlog waarin veel schepen op de Westerschelde vergingen, maar ook het kachelhout kwam meestal van het strand.
De bodem van de Westerschelde herbergt al sinds eeuwen vele scheepswrakken, inclusief hun schatten, en na een stevige storm kwam er wel eens wat aandrijven uit de ruimen van die wrakken.
Misschien was het wel een VOC schip waar dat vat jenever uit kwam drijven wat ze in 1915 op het strand vonden. De jenever was door het verblijf in het zeewater wat verzilt, maar dat vonden de bewoners van dat poldertje juist heerlijk, en zo paste het ook prima bij de zouterik, de groente die op de zilte gronden groeide en die de rest van Nederland zeekraal noemt, of bij de lamsoor, beiden toen nog armeluis groenten maar inmiddels verworden tot culinaire geneugten.
De smaak van die zilte jenever bleef in hun geheugen gegrift, maar proefden ze nooit weer. En nu, bijna een eeuw en drie generaties later, brengt een nazaat van die strandjutters in dat poldertje die smaak weer terug met de Zeeuwierjenever.
Petra de Boevere